Toelichting op de verkorte geconsolideerde financiële overzichten

Aard der bedrijfsactiviteiten

De N.V. Nederlandse Gasunie (Gasunie) is een Europees gasinfrastructuur bedrijf. Het netwerk van Gasunie is één van de grootste gastransport-hogedruknetten in Europa en bestaat uit ongeveer 15.500 kilometer pijpleiding in Nederland en Noord-Duitsland, tientallen installaties en ongeveer 1.300 gasontvangstations. De jaarlijkse doorzet van gas bedraagt circa 1.250 TWh (125 miljard m3). Gasunie dient het algemeen belang in de markten waarin ze actief is en streeft ernaar een optimale waarde te creëren voor haar stakeholders. Gasunie biedt transportdiensten aan via haar dochterondernemingen Gasunie Transport Services B.V. in Nederland en Gasunie Deutschland Transport Services GmbH in Duitsland. Daarnaast biedt ze ook andere diensten aan op het gebied van gasinfrastructuur, waaronder gasopslag, LNG-opslag en het certificeren van groen gas via haar dochterbedrijf, Vertogas. Gasunie wil haar infrastructuur en kennis inzetten voor verdere ontwikkeling en integratie van hernieuwbare energiebronnen, en van groen gas in het bijzonder.

De vennootschap is statutair gevestigd te Groningen op Concourslaan 17, ingeschreven onder KvK-nummer 02029700.

Alle op balansdatum uitstaande aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden.

Seizoensinvloed
De kernactiviteit van Gasunie Transport Services B.V., Gasunie Deutschland Transport Services GmbH en BBL Company V.O.F. is het transport van aardgas door hun gastransportnet. De omzet bestaat uit de verkoop van de beschikbare transportcapaciteit en transport gerelateerde diensten. Onze klanten kunnen contracten afsluiten waarmee zij capaciteit boeken op bepaalde entry- en exitpunten in het gastransportnet gedurende een bepaalde periode (jaar, kwartaal, maand of dag). Er is een seizoen patroon in de door onze klanten gecontracteerde regionale transportcapaciteit in Nederland: in de winter wordt meer capaciteit gecontracteerd dan in de zomer. De omzet wordt gerealiseerd door de verkochte transportcapaciteit en staat los van het daadwerkelijk getransporteerd volume. Met name de kosten van netwerkbeheer zijn daarentegen wel afhankelijk van het getransporteerd volume.

Uitgangspunten voor de grondslagen

Op grond van de Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement dient de vennootschap haar geconsolideerde financiële overzichten op te stellen in overeenstemming met de bepalingen van de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard binnen de Europese Unie.

De grondslagen van waardering en resultaatbepaling toegepast bij het opstellen van de geconsolideerde halfjaarrekening 2018 zijn consistent met de toegepaste grondslagen bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening 2017 met uitzondering van IFRS 9 en IFRS 15 die per 1 januari 2018 van kracht zijn geworden. De verwerking van deze standaarden is hieronder weergegeven.

IFRS 9 Financiële instrumenten
IFRS 9 ziet op de classificatie en waardering van financiële instrumenten en vervangt (onder andere) IAS 39. In de geconsolideerde halfjaarrekening is een aantal financiële instrumenten opgenomen die binnen de reikwijdte van IFRS 9 vallen. Dit betreft voor de activa de volgende posten: investeringen in overige kapitaalbelangen, vorderingen op joint ventures, leningen aan derden en handels- en overige vorderingen. Deze activa worden op geamortiseerde kostprijs gewaardeerd met uitzondering van de investeringen in overige kapitaalbelangen welke tegen reële waarde worden gewaardeerd waarbij waarde mutaties via het eigen vermogen worden verwerkt. Invoering van IFRS 9 heeft geen invloed op de classificatie of waardering van deze financiële instrumenten.

De vennootschap past de zogenaamde “simplified approach” toe voor het waarderen van de handelsdebiteuren omdat uit nadere analyse bleek dat deze voortvloeien uit de omzet die onder IFRS 15 valt en deze geen significante financieringscomponent bevatten.

Onder de simplified approach wordt bij eerste waardering van de vordering een voorziening gevormd ter dekking van de verwachte niet-betaling. Deze verwachting wordt gebaseerd op historische betalingsgegevens. Voor het bepalen hiervan heeft Gasunie een analyse gemaakt van het gehanteerde kredietbeleid en de oninbaarheid van haar handelsvorderingen in de afgelopen 5 jaar. Deze oninbaarheid is uiterst beperkt in frequentie en omvang; deze laatste ligt tussen 0,00% en 0,04%. Ook voor de komende 12 maanden is het kredietrisico zeer beperkt.

Gegeven de zeer beperkte omvang en de lage frequentie van de afboekingen op handelsvorderingen is een opslag voor verwachte kredietverliezen niet materieel. Gasunie blijft het betaalgedrag van haar debiteuren monitoren. Als er voldoende aanwijzingen zijn dat een vordering oninbaar is geworden wordt een voorziening gevormd.

Ten aanzien van passiva brengt IFRS 9 ten opzichte van IAS 39 alleen wijzigingen met zich mee in de classificatie en waardering van passiva die op reële waarde worden gewaardeerd waarbij het resultaat in de winst- en verliesrekening wordt genomen. De geconsolideerde jaarrekening bevat geen van deze passiva. 

Tot slot bevat de geconsolideerde halfjaarrekening twee cash flow hedges. Dit betreft de cash flow hedge van de N.V. Nederlandse Gasunie gerelateerd aan een tweetal obligatieleningen en de cash flow hedge van Gate terminal B.V., een 100%-groepsmaatschappij van de joint venture Gate terminal C.V. De resultaten van deze Hedges worden verwerkt via het Eigen Vermogen (“Fair Value through Other Comprehensive Income”) en worden bij realisatie geherclassificeerd naar de winst- en verliesrekening. Deze verwerkingswijze blijft onder IFRS 9 gehandhaafd.

Samenvattend kan gesteld worden dat de toepassing van IFRS 9 geen wijziging in de classificatie of waardering van financiële instrumenten van de vennootschap met zich meebrengt.

IFRS 15: omzet uit klantcontracten
IFRS 15 is van kracht per 1 januari 2018 en vervangt IAS 18. De vennootschap heeft de richtlijn volgens de retrospectieve methode geïmplementeerd waarbij gebruik wordt gemaakt van de bepaling om contracten die zijn afgelopen vóór 1 januari 2017 buiten beschouwing te laten.

De vennootschap heeft in het kader van de implementatie van IFRS 15 een analyse gemaakt van haar lopende contracten met afnemers en hierbij aandacht besteed aan de contractvoorwaarden, de tariefstructuren, de looptijd van de contracten en eventuele bijzondere bepalingen. Doel van deze analyse was te bepalen of IFRS 15 invloed heeft op de waardering van haar contracten en of eventuele kortingen, vooruitbetalingen of vooruit geleverde diensten leiden tot nieuwe contractactiva of -passiva.

Implementatie van IFRS 15 leidt niet tot een aanpassing in de waardering of verwerking van de reguliere transport- en opslagcontracten. Wel zijn drie bijzondere contractbepalingen geïdentificeerd die vóór 1 januari 2018 zijn aangegaan die hebben geleid tot een aanpassing van de openingsbalans op 1 januari 2018. Daarnaast is een reeds bestaande contractverplichting opnieuw beoordeeld en geherclassificeerd van kortlopende naar langlopende verplichtingen. De invloed op de openingsbalans op 1 januari 2018 is in onderstaande tabel weergegeven.

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 retrospectieve toepassing IFRS 15 1 januari 2018
       
Materiele vaste activa  8 499,9   18,1   8 518,0 
Uitgestelde belestingvordering  402,0   2,2   404,2 
Totaal wijziging activa    20,3   
       
Eigen Vermogen  5 782,3   ‑7,4   5 774,9 
Langlopende contractverplichting -  50,7   50,7 
Handelsschulden en overige te betalen posten  276,0   ‑23,0   253,0 
Totaal wijziging passiva    20,3   

De invloed van de implementatie op het resultaat na belastingen bedraagt € 0,5 miljoen over het eerste halfjaar van 2017 en 2018.

IFRS 15 schrijft voor dat de vennootschap toelicht hoe haar opbrengsten op te delen zijn naar de manier waarop economische factoren de aard, omvang, timing, en onzekerheid van de kasstromen beïnvloeden. Deze opdeling is opgenomen in de toelichting onder noot 7.

IFRS 16 Leases
IFRS 16 Leases wordt vanaf het boekjaar 2019 effectief. Gasunie zal deze standaard via de zogenaamde “modified retrospective approach” implementeren waarbij de resterende leaseverplichtingen gedisconteerd tegen de incrementele rentevoet als verplichting op de balans worden gepresenteerd. Het actief of het gebruiksrecht dat met de lease is verbonden zal tegen dezelfde waarde aan de actiefzijde worden gepresenteerd.

De vennootschap heeft onderzocht in hoeverre dit materiële invloed zal hebben op het eigen vermogen en resultaat van de vennootschap in de periode van eerste toepassing en in hoeverre dit zal leiden tot additionele toelichtingen. Naar verwachting is er geen materiele invloed op het eigen vermogen en resultaat van de vennootschap. Wel zal er een verschuiving van bedrijfslasten naar rente- en afschrijvingslasten plaatsvinden. Daarnaast zullen zowel de materiële vaste activa als de kort- en langlopende verplichtingen toenemen. De vennootschap verwacht dat deze balansverlenging tussen de 75 en 125 miljoen euro zal bedragen. Voorts zal er in het kasstroomoverzicht een verschuiving plaatsvinden van operationele kasstromen naar financieringskasstromen. Tot slot verwacht de vennootschap aanvullende toelichtingen op te stellen inzake de leaseverplichtingen bij de afschrijvingslasten en de financieringslasten.